Hooggevoeligheid en helder voelen bij kinderen
Wanneer alles intenser binnenkomt
Sommige kinderen nemen meer waar dan anderen. Niet alleen met hun hoofd, maar met hun hele systeem. Alles komt intenser binnen. Geluiden, geuren, beelden, sfeer en spanning. Soms begint dat heel zintuiglijk. In kleding die niet lekker zit, in fel licht, harde geluiden of in de vele indrukken van een gewone schooldag.
Gevoeligheid kan zich ook laten zien in het sterk aanvoelen van wat er in anderen leeft. Emoties, stemmingen of spanning worden als het ware mee naar binnen genomen. Zonder dat een kind precies weet wat er gebeurt, kan het daardoor ongemerkt veel van anderen oppikken. Meer dan je aan de buitenkant vaak ziet.
Als een kind zo open waarneemt, vraagt een gewone dag vaak al veel. School, opvang, visite, een winkelstraat of een drukke klas kunnen aan het einde van de dag voelen als te veel. Dan is er soms nog maar weinig nodig voordat een kind ontploft, zich terugtrekt, niet meer goed bereikbaar is of alleen nog maar kan huilen. Het zenuwstelsel is dan overbelast geraakt en probeert zich weer te reguleren.
Leven vanuit een intense binnenwereld
Hooggevoelige kinderen ervaren niet alleen veel via hun zintuigen, maar leven vaak ook vanuit een diepe gevoelswereld. Wat voor een ander klein lijkt, kan voor hen van grote betekenis zijn. Een opmerking van een klasgenoot kan nog lang blijven hangen. Een onveilige sfeer in de klas kan diep doorwerken. En afscheid nemen van iets of iemand waarmee verbinding is ontstaan, kan moeilijk zijn.
Veel van deze kinderen voelen van jongs af aan feilloos aan of contact oprecht is. Als contact niet echt voelt of er iets niet klopt, gaan ze het ook niet aan. Wanneer er iets schuurt in de toon, in de sfeer of in hoe er met hen wordt omgegaan, raakt dat hen vaak direct. Ook niet-waardering komt vaak hard binnen, niet als iets kleins, maar als een persoonlijke afwijzing. Onrecht, naar henzelf of anderen, kunnen zij vaak moeilijk verdragen.
Daarom reageren deze kinderen vaak niet alleen op wat er gebeurt, maar vooral op hoe intens iets voelt. Ze hebben behoefte aan afstemming, dialoog en serieus genomen worden. Structuur kan helpend zijn, maar een opgelegde structuur zonder verbinding roept juist vaak stress op. Wat hen helpt, is contact waarin gelijkwaardigheid voelbaar is.
Een diepere laag van voelen
Voor het ene kind blijft die gevoeligheid vooral zintuiglijk en emotioneel. Voor het andere kind gaat het nog een laag dieper. Dan gaat het niet alleen om het oppikken van sfeer of gevoelens, maar ook om het voelen van emotionele pijn, spanning, onderliggende patronen of lichamelijke signalen die voor anderen verborgen blijven. Dat noem ik helder voelen.
Niet ieder hooggevoelig kind voelt ook op die diepere laag. En niet ieder kind dat helder voelt, herkent zich automatisch in hooggevoeligheid. Soms komt het samen. Soms niet. Wat ze vaak wel met elkaar gemeen hebben, is dat het lastig kan zijn om onderscheid te maken tussen wat van henzelf is en wat zij van een ander oppikken of overnemen.
Zeker wanneer zij zich daar nog niet bewust van zijn, of nooit echt hebben geleerd om daarin hun grens te voelen. Dan kan wat zij waarnemen zich ongemerkt opstapelen. En wanneer dat gebeurt, kan het systeem overbelast raken.
Hoe overbelasting zich kan uiten bij je kind
Bij langdurige overbelasting kan je kind signalen afgeven. Die kunnen zich op verschillende manieren laten zien: in lichamelijke klachten waarvoor geen duidelijke oorzaak wordt gevonden, in emotionele, mentale of gedragsmatige signalen waarvan de aanleiding onduidelijk blijft, en soms ook in leer- of ontwikkelvragen.
Signalen die ik in mijn praktijk regelmatig tegenkom, zijn bijvoorbeeld:
- het liefst tussen heel veel knuffels willen slapen
- slaapproblemen, moeite met inslapen of gedurende de nacht wakker worden
- vaak moeten huilen of emotionele uitbarstingen
- hoofdpijn, rugpijn, darmklachten en andere terugkerende of aanhoudende pijnklachten
- eczeem, astma, bronchitis of intoleranties, zoals lactose of gluten
- weinig zelfvertrouwen of een laag zelfbeeld, vaak “sorry zeggen”, moeilijk kunnen kiezen of vaak zeggen: “ik weet het niet”, of niet goed voor zichzelf opkomen
- angsten of fobieën die moeilijk te verklaren zijn
- terugkerende ontstekingen, bijvoorbeeld aan blaas, ogen, oren of huid
- extreem druk gedrag of juist naar binnen gekeerd gedrag
- een sterke behoefte aan structuur, routines of vaste, vertrouwde dingen, of het ontwikkelen van ‘tikjes’
- overspanning, burn-out of gevoelens van depressiviteit
- dyslexie of dyscalculie

